Ruimte voor de Rivier ‘de IJssel’

Ik heb wat met de IJssel, de Gelderse wel te verstaan. Misschien omdat ze als enige lekker eigenwijs van zuid naar noord stroomt? Vroeger zelfs andersom! Kom daar bij de Waal eens om, hoog-industriële binnenschepensnelweg.

De Maas nodigt ook wel uit tot introspectie, tot naar poëzie neigende mijmeringen en de Rijn of Neder-Rijn ter hoogte van Doorwerth tot een Rembrandtesk etsje, al dan niet in droge naald.

Maar de IJssel, loom maar zelfbewust meanderend in het reeds zeer oude dal tussen Veluwe en Salland, bij Velp en Rheden vanaf de hoogte van de stuwwal bezien en wat verder stroomafwaarts de levensader vormend van eertijdse Hanzesteden Doesburg, Zutphen, Deventer, Hattem, Zwolle en Kampen, door plunderende Noormannen bevaren en veel later, in dat Kampen door één van Nederlands grootste dichters, Ida Gerhardt, over haar geliefde rivier bezongen in:

Herkenning

't Wordt voorjaar langs de IJssel bij Veecaten.
Wolken en licht, in wisselende staten,
scheppen een Voerman: een opalen zwerk
dat hemels is en Hollands bovenmate.

Veecaten was een buurtschap bij Kampen dat door de IJssel verzwolgen werd, dat dan ook wel weer, de kracht van water.

En ook: Zutphen (Zuidven), hoofdplaats van het Graafschap Zutphen (1046-1798), één van de vier ‘kwartieren’ van het hertogdon Gelre en Deventer, geboorteplaats van Geert Grote (1340-1384), wegbereider van het humanisme en de reformatie, als invloed op Thomas à Kempis, Jeroen Bosch en Desiderius Erasmus was Geert Grote een belangrijk Europeaan.

Aan haar oevers raakt de schone natuur van de IJssel aan belangrijke cultuurlijke entiteiten die de gehele toenmalige wereld, van Noord tot Zuid- Europa besloegen.

In de context van het Deltaplanachtige project ‘Ruimte voor de Rivier’ zal ik mij, de waterstroming volgend, richten op de deelprojecten Cortenoever en Voorsterklei bij Zutphen en Bolwerksplas, Worp en Ossenwaard en Keizers-, Stobben- en Olsterwaarden bij Deventer. 
Vier locaties in de IJssel die als rivier nog maar betrekkelijk kort bestaat, zo ongeveer sinds het jaar 800. 1600 jaar eerder, 800 vóór Christus dus, was er van de IJssel nog geen sprake terwijl de grote rivieren allang hun stromen gebaand hadden.


Het geologische begrip avulsie (Latijn: avulsare, afscheuren) duidt op een plotselinge, natuurlijke wijziging van de rivierloop, waarbij een nieuwe loop ontstaat. Men kan ze alleen aantreffen bij van oorsprong natuurlijke riviersystemen.
Factoren die het ontstaan van avulsies bevorderen zijn
      • de afname van het bergingsvermogen van de hoofdgeul door sedimentatie in de bedding 
      • de vorming van ijsdammen 
      • graafsporen van dieren (bijvoorbeeld bevers) 
      • de aanwezigheid van duinen in de rivierbedding

Op lange tijdschalen zijn veranderingen in de zeespiegel, tektoniek en het klimaat de belangrijkste oorzaken voor het optreden van avulsies. Ook de mens is een belangrijke veroorzaker van avulsies door het graven van kanalen.

Zeer recentelijk is aangetoond dat de Gelderse IJssel nog maar relatief kort geleden door avulsie is ontstaan. De onderzoekers van Wageningen Universiteit gaan uit van een doorbraak bij Doesburg kort na 600, de onderzoekers van de Utrechtse Universiteit plaatsen de doorbraak net ten noorden van Zutphen en het tijdstip iets eerder: rond 400/550. 
De Utrechtse onderzoekers toonden aan dat de Berkel bij Zutphen naar het zuiden afboog en tot in de Romeinse tijd uitmondde in de Rijn. Door een verslechterende afvoer brak het Berkel- en Rijnwater door een barierre bij Zutphen heen waarna het Rijnwater een nieuwe tak richting noorden ontwikkelde. Het duurde mogelijk nog enige honderden jaren voordat er een volwaardige rivierloop lag. Deze volwaardige IJssel was in elk geval kort voor 800 een feit.

Een oude naam van de IJssel is "Isala", wat net als de streek "Salland" is afgeleid van de Salische Franken of Saliërs. Dit was een belangrijk stammenverbond van Germanen in het IJsseldal en Salland, dat zich in reactie op de macht van het Romeinse Rijk gevormd had. Later waren zij onderdeel van het Frankische Rijk. 

De naam Isala/IJssel zou ook refereren aan het Latijnse woord voor 'stroom'. In een schenkingsakte uit 797 na Chr. is er sprake van bossen langs de Hisla. Het noordelijk deel van de Gelderse IJssel wordt in 814/815 ook aangeduid als Salahon, hetgeen betekent daar waar de IJssel uitmondt.


Het is een volkomen grijze dag, windloos en niet koud.
In het oosten is de lucht wat lichter.
De Sprinter, die mij naar Zutphen jaagt, spuwt op tussenliggende stations zwermen forensen uit. Ik heb de tijd om rustig te ontbijten.

In Zutphen wacht mij Esther Pastoors van het Waterschap Vallei en Veluwe en nu werkzaam op het projectbureau van een aantal waterstatelijke instanties. Zij zal mijn gids en leidsvrouwe zijn in de deelprojecten Cortenoever en Westerklei, pal ten zuiden en ten noorden van Zutphen, beiden op de westelijke IJsseloever.

De kenmerkende definitie van het gebied is dat van de agrarische cultuur, een samenlevingsvorm die in onze streken zo’n 5000 jaar geleden ontstond en geleidelijk dominant werd over het nomadische bestaan. 
De noodzaak tot reizen verdween en men vestigde zich met de grootfamilie definitief op één plek om het land te bewerken en vee te houden. De grootste af te leggen afstand was die naar de meest naburige markt, hooguit tien tot vijftien kilometer, om producten te ruilen of te verhandelen. Een afstand ook waar het ene dialect kleine verschuivingen kende ten opzichte van het volgende. De noodzaak tot het spreken van andere talen was er in de agrarische cultuur, anders dan in de industriële van vele eeuwen later, niet.

Het belangrijkste kenmerk van de agrarische samenleving was de cirkelvormige tijdbeleving. Men werkte dag in dag uit in het ritme van dag en nacht, van seizoen naar seizoen en keerde steeds weer onveranderlijk op hetzelfde punt terug. De agrarische cultuur is niet veranderingsgericht. En dat was dus ook de kern van de pijn, ondervond Esther in het spreken met de boeren. 

Er bleek een enorm sterke en emotionele weerstand die tegelijkertijd begrijpelijk was. Een boerenbedrijf dat al ettelijke opeenvolgende generaties in de familie was op moeten geven omdat de belangrijkste maatregel in het gebied dat van de dijkverlegging was. Ruimte voor de rivier betekende voortdurende inundaties en eens per vijfentwintig jaar een forse overstroming met, bij hoogwater, een waterverplaatsing van 16.000 m2 per seconde.

Tegen dat wassend water zou geen boerderij gewassen zijn. Ook niet de duivenfokker met toppers van twee ton per duif.
Het kerndoel van Esther Pastoors en haar collega’s was dan ook de onverbiddelijke pijn te verzachten en de kernvraag: ‘Hoe wilt u geholpen worden?’
Dat zoeken naar en vinden van participatie, het oog hebben ook voor de sociale verbondenheid, het heeft uiteindelijk gewerkt.
Ze waren al zichtbaar, de littekens in het land, de kale en met puin afgedekte plekken waar de boerderijen stonden, de schuren, de gerooide bomen haaks op de stroming, waar eeuwenlang de agrarische samenleving woonde en werkte en biddag voor het gewas hield.


In de IJsseldelta, tussen Brummen en Zutphen, op de linkeroever, ligt de streek Cortenoever, naamgever van twee elementen aldaar: het ‘Ruimte voor de Rivier deelproject “Cortenoever” ‘ en ‘Werk&Zorgboerderij “Cortenoever” ‘ van Roel (28) en Elly (31) van Agtmaal, broer en zus.

De belangrijkste maatregel die er in het gebied plaats vindt is die van de dijkverlegging, uiteraard ingrijpend en in sommige gevallen zonder meer dramatisch omdat bedrijfsbeëindiging en zelfs sloop van de gebouwen onontkoombaar bleek. 
Echter niet voor Roel en Elly.

In 2010 kwamen de eerste informatiepakketten over de voorgenomen plannen voor het gebied en in alle daaropvolgende variaties bleek steeds dat hun locatie niet aangetast zou worden. 

De boerderij van hun ouders heeft van meet af aan op een natuurlijke hoogte gestaan en een dreiging van de overstromende IJssel was er nooit.
Het imposante huis en boerderij werd in 1876 gebouwd door hun betovergrootvader, Roel en Elly treden als vijfde generatie aan.

Het oogt, met de grote moestuin langszij, een beetje als een klooster. Die gedachte is in zoverre niet vreemd aangezien de IJsselvallei ooit vele kloosters kende, vooral ontstaan in het kielzog van het Windesheimklooster bij Deventer van Geert Groote’s beweging van de Moderne Devotie en de daaruit voortkomende Broeders van het Gemene Leven.

Vanuit Windesheim werd een groot aantal nieuwe kloosters gesticht, die samen het Kapittel of de Congregatie van Windesheim vormen. 
De kloosterlingen gaan ook de strijd aan tegen de IJssel en bedijken uiteindelijk de rivier. Aan de dijken worden later de imponerende boerenhoeven gebouwd.

De kloosters van de IJsselvallei werkten ook mee aan de totstandkoming van het fabelachtig mooie getijdenboek van Catherine van Kleef (1417-1476), Hertogin van Gelre en Gravin van Zutphen*.

Het letterlijke monnikenwerk aan de prachtige miniaturen en kalligrafieën was echter ook gewoon een kwestie van geld verdienen.

Dat gaan Roel en Elly ook doen met hun nieuwe zorgboerderij die al volop in ontwikkeling is en op 1 januari van het volgend jaar van start zal gaan. Hun ouders blijven er wel wonen maar hun agrarisch bedrijf wordt grotendeels afgebouwd, land werd verkocht en de varkenshouderij opgedoekt. 

Er werd werkervaring opgedaan in Spelderholt in Beekbergen, een opleidingsinstituut voor jongeren met een functiebeperking. 
Ze ontwikkelden een businessplan voor het nieuwe bedrijf ‘Werk&Zorgboerderij Cortenoever’, met als kernen de zorgverlening aan jongeren met een beperking en de bewerking van het land. Daarnaast hebben ze een camping, een winkeltje met eigen producten en een horecavoorziening, alles met een groot, groen hart.
Ze zullen een volcontinubehandeling bieden voor vier achttienplusjongeren, ieder met een eigen selfsupporting woonunit en daarnaast nog eens vier tot zes werkplekken in dagbehandeling, met per persoon toegespitste behandelingsplannen maar allemaal gericht op het zelfstandig kunnen wonen en werken.

Over tien jaar zien beiden zich ingebed in een gemeenschap met partners en kinderen, hun ouders en de cliënten, een grootgezin op de boerderij net als vroeger, toen hun grootouders er nog woonden en er pleeggezinnen en pleegkinderen waren.

Een organische ontwikkeling dus voor Roel en Elly?
‘Ja, de waterbouwkundige ingrepen boden kansen en kapitaal voor investeringen maar zonder het ‘Ruimte voor de Rivier’-project waren we ook wel deze kant opgegaan.
Voor ons waren er dus mogelijkheden maar het voelt nog niet prettig als je hier rondfietst, alles verandert enorm’.

PLURALIS©

*zie ‘The Hours of Catherine of Cleves/Devotion, Demons and Daily Life in the Fifteenth Century/Abrams, New York/pagina’s 58 en 186.