Oost Groningen

'Nergens in Nederland is de immense weidsheid en leegte van het landschap zo imponerend als in Oost Groningen. Nergens ook, door de afwezigheid van storende stadslichten, is de sterrenhemel voller en de stilte haast hoorbaar.'Ze zei het terwijl haar blik peinzend over het woestijnachtige stadslandschap van Utrecht dwaalde vanaf hun dakterras midden in het centrum.
Ze was eerder die zomer voor het eerst in haar toch al middelbare leven in Oost Groningen geweest en had er met haar man rondgefietst. En de schoonheid van het land had haar verbijsterd, aangegrepen.
Ja, ze was een echt stadsmens, geboren en getogen zelfs en ze wist natuurlijk ook wel dat er buiten de stad een meer open landschap was maar dat mocht toch eigenlijk die naam niet hebben en had het dus ook niet: het heette Randstad of Overloopgebied of Vinexlocatie. Vanuit Utrecht zat je zo in Amsterdam, Den Haag of Rotterdam. En Almere, de buitenwijk of voorstad van Amsterdam, het was maar hoe je het bekeek, lag sinds de voltooiing van de A 27 ook al binnen handbereik. Het was allemaal zo klein en zo vol.
Ze had er niet zo over nagedacht, een vakantie in eigen land en Oost Groningen was al helemaal nooit in haar opgekomen, daar had ze haast geen voorstelling van. Tot haar dochter er met man en kindertjes was geweest. Louter enthousiaste verhalen hadden ze verteld.
En ook haar zoon, die in Groningen studeerde, Stad noemden ze dat daar, was met z'n vriendin de provincie gaan verkennen. 'Ik weet niet wat het is' had hij gezegd  'het is Nederland daar in Oost Groningen maar tegelijkertijd zo anders dat het wel buitenland lijkt. Zelfs de taal is anders'.
Ze hoorde in de verte treinen het station in- en uitrijden en dichterbij het gierend optrekken van stadsbussen. Over de gracht diep onder haar joeg een nerveuze taxi.
Volgend jaar zouden ze weer naar Oost Groningen wisten ze want ze waren nog lang niet uitgekeken op het land en de mensen van het majestueuze Oldambt, de intrigerende Veenkoloniën en de Heerlijkheid Westerwolde.
---------------------------
Oost Groningen is het meest noordoostelijk deel van Nederland met Winschoten als belangrijkste centrumplaats.
In het noorden wordt het begrensd door de Waddenzee met daarin de eilanden Rottumerplaat en Rottumeroog (beiden niet toegankelijk). Schiermonnikoog (Provincie Friesland) is vanuit Lauwersoog bereikbaar.
De hele zuidwestgrens deelt Oost Groningen met de provincie Drenthe en de landschappen zijn over en weer gelijkvormig.
Bestaat Oost Groningen uit drie deelgebieden die naar natuur en cultuur totaal verschillend zijn te weten het Oldambt, de Veenkoloniën en Westerwolde zo wordt het ten westen begrensd door Duurswold en Gorecht. In het uiterste westen dáárvan ligt de stad Groningen.
Voorbij de oostgrens ligt Duitsland, meer in het bijzonder de deelstaat Niedersachsen en nog specifieker Ostfriesland en Südliches Ostfriesland. Het dialect aan beide kanten van de grens, plat en platt genaamd, is vrijwel hetzelfde.
Vanaf de stad Groningen is Oost Groningen per auto bereikbaar via de A7 of vanaf Assen via de N 33.  Per trein zijn Zuidbroek, Scheemda, Winschoten en Nieuweschans bereikbaar. 
Via Borger en Stadskanaal (N 374) of Ter Apel (N 366), de meest zuidelijke plaats van Oost Groningen, komt u via Westerwolde het gebied binnen.
Vanuit de Eemshaven, de meest noordelijke plaats van Nederland, vaart u naar Emden, het Waddeneiland Borkum en naar Helgoland.
De meest oostelijke plaats van Nederland is Nieuweschans. U vindt er de belangrijkste grensovergang voor Noord Duitsland, Denemarken en Scandinavië. Daarmee ligt Oost Groningen niet zozeer in de periferie van Nederland alswel centraal in Noordwest Europa. Bremen is dichterbij dan Amsterdam en Hamburg maar iets verder.
----------------------------
De eerste geschreven berichten over het gebied van Oost Groningen dateren van 50 vc en zijn van de hand van de Romeinse reiziger en geschiedschrijver Plinius. Hij heeft het over de Chauken, een Keltische stam die leefde in wat wij nu als Oost Friesland kennen:

'Daar stort de oceaan zich met twee tussenpozen des daags en des nachts in een geweldige stroom over een onmetelijk land uit, zodat men bij deze eeuwige strijd in de gang der natuur twijfelt, of de bodem tot de aarde of tot de zee behoort. Daar leeft een armzalig volk op hoge heuvels of liever op door hen met de handen opgeworpen hoogten tot op het uit ervaring bekende peil van de hoogste vloed en daarop hebben zij hun hutten gebouwd, zeevarenden gelijk als het water de omgeving bedekt, maar schipbreukelingen als de wateren teruggeweken zijn en zij rondom hun hutjes de vissen najagen die met het water trachten weg te vluchten. Vee hebben ze niet en ze kunnen zich dus niet met melk voeden, zoals hun buren. Evenmin gelukt het hun een stuk wild te vangen, aangezien heinde en ver de zee elk struikgewas heeft weggespoeld. Van riet en biezen maken zij een soort touw waarvan zij  visnetten knopen. Aardkluiten die zij met hun handen uitsteken, laten zij meer nog in de wind dan in de zon drogen en branden die om hun eten te koken en hun door de noordenwind verstijfde leden te warmen'.

Cynischer kan het haast niet en Plinius 's lezers in de hoog ontwikkelde Romeinse samenleving zullen er met verbijstering en hoofdschuddend kennis van hebben genomen.
De geschiedschrijvers typeren de Chauken als koppig en vrijheidlievend maar ook als agressief en oorlogszuchtig.
Het begin van de aanwezigheid van Chauken in het gebied wordt gedateerd tussen 600 en 300 vc. Vanuit archeologische vondsten is duidelijk geworden dat er vanaf de zesde eeuw vc een groep kolonisten vanuit het Ems-Weser gebied westwaarts trok naar de Groningse kusten. 
Vanuit Drenthe trokken zandboeren naar het noorden en ook is er een trek vanuit Westerwolde noordwaarts naar de monding van de Westerwoldse A.. Hierdoor raakte Westerwolde vanaf de eerste eeuw nc langzamerhand ontvolkt waarna er pas vanaf de zevende eeuw weer herkolonisatie plaats vond.
Waren de Chauken voorouders of verwanten van de Oost Groningers? Niet het minst, hooguit van de Friezen en zelfs dat waarschijnlijk niet.
Groningen is, met Drenthe en Twenthe, een Saksische enclave in oorspronkelijk Fries gebied en Groningers stammen vooral af van uit Engeland naar Noord Europa terugkerende Saksen (vroege Middeleeuwen) die veel eerder waarschijnlijk uit Zuid Scandinavië gekomen waren.
Zo zien we dat de culturele actieradius van Oost Groningen heel Noordwest Europa beslaat. Maar dat was toen, in de tijd van Plinius, al eeuwenlang het geval. Vondsten in Westerwolde, zoals bijlpunten uit het Mesolithicum (8300-5300 vc) bleken afkomstig uit Ierland, Zuid Scandinavië, België en Zwitserland.
---------------------------

PLURALIS©